Vasten

Abba Jozef vraag aan abba Poimen hoe men moest vasten. Hij antwoordde als volgt: “Ik zou willen dat iedereen dagelijks eet, maar met mate, zonder verzadiging.”

Vasten is een van de meest vergeten praktijken uit het arsenaal van goede instrumenten voor een geestelijk bevrijd leven. Een lans breken voor het opnieuw invoeren van een echte vastenpraktijk voelt in het Westen aan als tegen de haren in strijken: onze wereld is net één groot uithangbord om altijd meer naar zich toe te halen en te genieten. Het is al een hele oefening om gewoon maar te eten zonder tot volle verzadiging te komen.

Omdat wij zelf slechts beginnelingen zijn, weten  wij dat enige handreiking welkom kan zijn. Volop “in” de wereld levend, ervaart een lauriet wellicht meer dan een monnik het spanningsveld tussen de ‘goede voornemens’ en zijn eigen zwakheid. Laten we daarom elk onze eigen maat houden, indachtig de raadgeving van Benedictus om alles met zoveel maatgevoel te regelen “dat er voor de sterken nog iets te verlangen blijft, en de zwakken niet worden afgeschrikt.” (RB, 64, 19).

Ook het vasten is geen monastieke waarde die op zichzelf staat. Benedictus vraagt immers ons toe te leggen “op het gebed onder tranen, op lezing, rouwmoedigheid van hart en vasten” (RB 49, 4).

Vasten is vandaag niet enkel een kwestie van beperking in eten en drinken, maar ook van het vermijden van geestelijke snoepzucht. Boeken verslinden, internet afschuimen, van conferentie naar conferentie hollen, abdijen verkennen, het zijn even zovele blijken van onze spirituele gulzigheid, terwijl wat ‘minder’ of wat ‘trager’ ons beter zou doen ervaren hoe rijk elke bron al is aan geestelijk voedsel.
Doorheen het jaar kan het vasten ‘een houding van het genoeg’ zijn. Niet steeds meer, en nog, en nog.

Tijdens de veertigdaagse Vasten kan er werkelijk gevast worden, waarvoor P. Benoît Standaert volgende suggesties doen :

–         eet niets vanaf donderdagvond na het avondmaal;

–         doe het voor God en anders niet;

–         vertraag, en keer naar binnen,

–         maar bewaar je blijmoedigheid;

–         vervang de tijd die je wint door stilte, aandacht en gebed,

–         vraag aandacht voor alle noden die je kent;

–         eet terug met mate vanaf vrijdagavond, bv een kom soep met wat brood;

–         word je bewust van wat jou tijdens die vastendag gegeven werd.

 Lees verder

Grün Anselm, Vasten voor de Heer met een stil en ontvankelijk hart, Carmelitana 2004

Schmemann Alexander, De Grote Vasten, Abdij Bethlehem Bonheiden  1993

Standaert Benoît, Spiritualiteit als levenskunst, Alfabet van een monnik, Lannoo 2007, 231-236