Onze Laura

stad mex
woestijn zand

In de wereld

…… en toch in de woestijn,

.

.o.

kloostergemeenschap

 

vaak samengebed solo

 …… maar ook alleen zijn

 

 

De Laura van abt Poimên is een oefenschool, niet aan een bepaalde plaats gebonden, de leden (laurieten) zijn met elkaar verbonden via email, nieuwsbrief, activiteiten…

Wij oefenen in monastieke waarden en praktijken, niet als monniken of monialen in abdijen en kloosters, maar als gewone mensen 'in' de wereld.  Het is niet de bedoeling om een halve monnik of moniale te worden, hun leven na te bootsen of een 'goed gevoel' te hebben door 'monastieke dingen' te doen …..

We willen midden in deze wereld alleen of zelfs wat eenzaam zijn, tijd vrij maken om niet door de wereld opgeslokt te worden, innerlijke ruimte openhouden voor het Mysterie van het leven dat we God durven noemen, meer niet.

'Monnik' komt van monos (alleen), en 'eremiet' of kluizenaar komt van  vanerèmos (eenzaam).  'Monos' werd aanvankelijk gezegd van mensen die in een gemeenschap bleven wonen, maar een zekere ongebondenheid of beschikbaarheid toonden (bv door zonder partner te leven). Pas later trokken sommigen weg, naar de woestijn. Een lauriet is geen monnik of kluizenaar, maar is er wel mee verwant. Wij geloven immers dat de monastieke waarden en praktijken, die alle iets met 'monos' te maken hebben, ons kunnen helpen om de innerlijke ruimte te scheppen die nodig is om bewust te worden van Gods Aanwezigheid, zodat ons leven een 'leven in God' wordt.

 

Anders dan in abdijen en kloosters, is er in de Laura geen regel.  Alles in onze Laura is aanbod, uitnodiging en verleiding om die weg te gaan, zonder verplichtingen, zonder formeel lidmaatschap, zelfs zonder zich te moeten verplaatsen.

De lauriet tracht zich een aantal praktijken eigen te maken, zoals bidden met psalmen, lezen van de Schrift, stil mediteren met een kort gebedswoord, lectio, vasten, studeren, waken, stilte, rustig en aandachtig leven …

Alles met mate, zonder een bepaald doel te willen bereiken, zonder prestatiedrang, en ook zonder 'geestelijke snoepzucht'*, maar wél met toewijding en 'blijmoedige ernst'.

Tijd speelt geen rol: alles op het eigen ritme, zonder haast, in traagzaam leren.
Veel van die praktijken leert men best eerst bij meer ervaren broeders of zusters maar ieder beoefent ze ‘volgens eigen hart’. De lauriet volgt geen vooropgesteld uurrooster, maar stapt over van de ene activiteit naar de andere in functie van het wakkere hart. Immers, de ervaring wijst uit hoe iedere activiteit na enige tijd een zekere verzadiging met zich meebrengt. Ieder leert dit te onderscheiden door de praktijk. Is het lezen van Gods woord en de overweging tot een zekere voltooiing gekomen, dan gaat de lauriet aan het werk, terwijl hij in zijn hart de gelezen tekst blijft overwegen en herkauwen, dat werk kan een ganse dag duren. Is het lichaam moe van de professionele of huishoudelijke taak, dan bidt de lauriet enkele psalmen al dan niet uit het hoofd, uit het hart. Is die psalmodie tot een punt van verzadiging gekomen, dan laat hij/zij de stilte spreken. Zo wisselen de activiteiten af, terwijl het hart alert blijft en de aandacht vaak bij God is. Het is een leven van voortdurend gebed in het bewustzijn van Gods aanwezigheid. Niets meer, niets minder, met vallen en opstaan, altijd onaf maar altijd opnieuw. Sommigen leerden hiertoe drie of vier praktijken, anderen zes of negen, het maakt niets uit. Zalig wie van binnenuit het roer van zijn bezigheden hanteert en zijn dagdagelijks werk verrijkt volgens de innerlijke ingevingen : nu eens volharden in de pure stilte, dan weer opstaan om te psalmodiëren of overstappen naar het werk dat moet gedaan worden. In alles blijft het hart wakker en gericht op de Ene.

'Het hart uitgezonderd, geen regel’ is een Chinese spreuk , door Japanse boeddhisten verspreid. Deze spreuk volgend heeft de lauriet geen regel, hij volgt het hart. Cenobieten (monniken of monialen in abdijen of kloosters) hebben regels: de dag en het leven is er geordend en moet gevolgd worden zoals voorgeschreven. De lauriet is vrij van regels. Zijn hart is zijn regel, steeds meer in verbondenheid met God.

 

* A. Louf, Heer, leer ons bidden, 1972, 142

 

Lees verder: Wel, kom