Nachtwake

Tijdens het waken is de monnik aandachtig voor de minste bewegingen van de genade die hem het naderen van God laten voorvoelen.  (A. Louf)

Waken in de nacht ? Het is niet meer van deze tijd. In de eerste eeuwen brachten christenen geregeld, vaak meer dan eens per week, de nacht biddend en zingend door. In sommige monnikengemeenschappen wordt nog steeds midden in de nacht opgestaan voor de nachtwake of vigilie, zoals voorgeschreven door Benedictus: na de eerste helft van de nacht.

Deze monastieke oefening is niet evident voor wie ’s ochtends naar het werk moet en weinig of geen greep heeft op het tijdsgebruik overdag.

Maar het kan toch eens geproefd worden wanneer men tijdens de nacht plots wakker wordt en niet onmiddellijk terug kan inslapen: een bidplaatsje opzoeken, een deken om je heen slaan, stil (eventueel geknield) zitten tegenover een icoon en kort een hoofdstuk uit een evangelie lezen, enkele psalmen of een bekend gebed bidden, enige tijd bij God verwijlen en afsluiten met psalm 150, het Onze Vader of een geliefd gebed

De nachtelijke stilte in huis zuivert de wake, het is alsof het wezenlijke, onze relatie tot God, ongehinderd op de voorgrond komt. Meer zelfs: ’s nachts zijn we minder beschermd en geharnast, en zo kunnen we niet alleen wakker maar ook waakzaam zijn, aandachtig voor de minste bewegingen van de genade die ons het naderen van God laten voorvoelen (A. Louf  ‘La voie cistercienne, À l’école de l’amour’ p.99). En de tijd vliegt voorbij. Wie bij een zieke of stervende waakt kan een gelijkaardige ervaring opdoen: het bijkomstige zakt weg, zodat er plaats komt voor het belangrijke en wezenlijke.

Men kan ook in groep een langere nachtwake houden met het doorlezen van een heel evangelie of enkele brieven, telkens 20 minuten, waarna een tijd stilte en een tijd delen volgt, af en toe een pauze met een warme drank en wat beweging. Afgesloten wordt met een lied . Wie deze oefening al meemaakte weet dat energie spaarzaam kan verbruikt worden, zodat de volgende dag slechts een kleine inzinking volgt maar energie en helderheid voortdurend voorhanden blijven.

En zoals bij het vasten: doe het niet om het te ‘kunnen’, maar doe het voor God en anders niet.

 Verder lezen :

Standaert B., Spiritualiteit als levenskunst, Alfabet van een monnik, Lannoo 2007, 274-276

Een broeder vroeg: ‘Het vasten en de nachtwaken die men houdt, wat hebben die voor zin?’ De grijsaard (abt Poimên) sprak tot hem: ‘Die maken dat de ziel zich vernedert. Want er staat geschreven: ‘Let op mijn vernedering en mijn ellende, en vergeef al mijn zonden!’ (Ps.25,18). Als de ziel deze vruchten voortbrengt, heeft God om die reden medelijden met haar’.