Lectio Divinia

Woorden uit de Schrift zijn er niet op de eerste plaats om verstandelijk overwogen te worden.  Ze zijn er om ons te kwetsen en ons binnenste open te gooien.

(Dom A. Louf)

De lectio divina is een niet-exegetische maar geestelijke of biddende vorm van bijbel lezen, die we geërfd hebben van de woestijnvaders, en die volgens verschillende methoden wordt beoefend. Maar ook hier geldt dat deze ‘oefening’ niet los staat van de andere monastieke praktijken of van wat je de rest van de dag doet.  De essentie van lectio is de innerlijke houding. Nu is die houding niet iets dat je aanneemt voor een half uur of een uur per dag. Je draagt die houding de hele dag met je mee of helemaal niet. Het doordrenkt onze hele dag of helemaal niet; anders is de beoefening ervan een zinloos spelletje (A. Veilleux)

In de Laura gebruiken wij de methode van Vigan (een stad op de Filippijnen waar een catechetisch centrum deze methode ontwierp voor kleine groepen die slechts over een uur beschikken om een perikoop te lezen).  De groepjes tellen maximum zes deelnemers; zijn er veel meer dan splitsen we de groep. Meestal neemt men een eenvoudige zondagsperikoop, en liefst dezelfde Bijbelvertaling. De lezing verloopt in drie etappen.

Verkenning van de tekst

  1. Een deelnemer leest de tekst luidop. Men volgt aandachtig met de oren nog meer dan met de ogen.
  2. Ieder herleest de tekst voor zichzelf in stilte en onthoudt (of noteert) wat hem treft: enkele woorden, een zin, een uitdrukking …. Slechts enkele minuten.
  3. Iedere deelnemer citeert voluit de woorden die hem/haar getroffen hebben, met vermelding van het juiste vers, zonder enig commentaar. Dus: “vers x : ‘…..’, vers y : ‘….’, enz.”.

 Van tekst naar woord

  1. De tekst wordt een tweede keer gelezen, door een andere deelnemer.
  2. In stilte probeert men de vraag toe te laten: ‘Wat zegt de Heer mij, hier en nu, doorheen deze tekst?’ en noteert dit. Slechts enkele minuten.
  3. Iedereen deelt wat God hem/haar door deze tekst persoonlijk zegt. Alles in de eerste persoon, geen algemeenheden zoals ‘men’ of ‘wij’, geen homilie. Dus: “De Heer zegt tot mij ..X.. : ‘………….’” (men hoeft niet alles te delen wat men genoteerd heeft)

 Het woord roept op tot wederwoord

  1. De tekst wordt een derde keer gelezen, door een andere deelnemer.
  2. In stilte overweegt men de vraag “Wat is mijn antwoord op wat de Heer mij gezegd heeft?” Ook slechts enkele minuten.
  3. Ieder drukt het antwoord uit in de vorm van een gebed, gericht tot de Heer : “Heer, …..” Op het einde van ieders gebed antwoorden alle samen amen.

 

Vooraf kan de voorganger een kort gebed aanbrengen; nadien kan een gemeenschappelijk Onze Vader de lezing passend afsluiten.

Deze methode in groep blijft een persoonlijke gebedsvorm dank zij de overheersende stilte.

Wij lezen het evangelie

op de data zoals aangegeven in Brugge en Arnhem, zie boven

De huidige monastieke praktijk van de individuele lectio volgt de methode zoals ze altijd geweest is: een langzaam lezen met de bedoeling het Woord te laten afdalen naar het hart en naar het geheugen van het hart – onder het Woord gaan staan – in de eenzaamheid en de stilte van de binnenkamer. Heel vaak is een woord of een zin die ons raakt voldoende om erbij stil te blijven staan en te herhalen (‘herkauwen’). Het gaat vooral om wat het Woord met mij mag doen en niet, zoals bij studie of een catecheseles, wat ik met het Woord kan doen.

In sommige kloosters is een tijd van lectio opgenomen in de dagorde. Maar dat is niet overal het geval. In de meeste kloosters met veel en gevarieerde activiteiten is het overgelaten aan ieders mogelijkheden en verantwoordelijkheid. Als men de lat te hoog legt, wordt lectio het monopolie van enkelen van wie het leven meer weg heeft van dat van Maria dan dat van Marta (evangelie van Lucas). Anderen kunnen dat niet aan, raken ontmoedigd of beginnen er zelfs niet aan, omdat ze, of ze het willen of niet, daarnaast dagelijks een hectisch programma moeten afwerken. Het adagium: “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.” geldt ook voor de lectio (P. Alexis Werbrouck osb), … en zeker voor de lauriet.

De lectio moet worden voorafgegaan door een gebed, een aanroep om hulp, tot de heilige Geest om de ogen van ons hart te openen. Na de lectio moeten we het ontvangen woord en de ontvangen genade bewaren in ons hart, zodat we er in de loop van de dag kunnen naar terugkeren.

(Enzo Bianchi).

Het gaat om het samen lezen van twee boeken: het Bijbelboek en mijn eigen levensboek. Een leesmoeilijkheid wijst op een leefmoeilijkheid. Het woord wordt niet van buitenaf vernomen maar beluisterd in de diepte van de innerlijkheid. Het ontvangstkanaal voor het Woord tijdens de lectio divina is niet het hoofd, maar het hart van de mens (abt Manu Van Hecke)

De plaats waar elk gebed gebeurt is het hart, zo is het ook in de lectio divina. Ze is ‘divina’ omdat het God is die spreekt en niet de lezer, en het is diens hart dat dit woord van God opvangt. Eén van de meest fundamentele oefeningen van het monastieke leven is ‘leren lezen met het hart’ (Dom A. Louf)

 Een terugblik

De benaming lectio divina lijkt afkomstig te zijn van Origenes (185 – 254). Hij had zelf zijn opleiding genoten van joodse leermeesters en kende dus de joodse bijbellezing, die verliep in een sfeer van loven en zingen en die nauw aansloot bij het gebed. Hij is bekend om de ontwikkeling van het principe van de allegorische interpretatie : de bijbel heeft niet alleen een (oppervlakkige) letterlijke betekenis maar ook een diepere, geestelijke betekenis.

De meeste woestijnmonniken bezaten geen bijbel, maar kenden veel teksten uit het hoofd en hart. Veel ‘lezen’ deden zij dus niet, zodat het oproepen van bijbelteksten in hun stilte en eenzaamheid spontaan aanleiding gaf tot het (min of meer luid) uitspreken ervan, en aldus spontaan in gebed kon overgaan: hun gebed werd op die wijze rechtstreeks door de bijbellezing gevoed.

(P. Louis Leloir osb, La ‘Lectio divina’ chez les Pères du désert, in: La vie spirituelle, Cerf, sept. 2001, 434)

 

De lectio was al in het oudste monnikendom een alom verspreide oefening in persoonlijk gebed, zij het in een andere vorm.

Terwijl men zat, las men eerst een deel, tot een woord of een zin de ziel beroerde. Dan stond men op, wierp zich ter aarde neer en bad. Dit bidden was een spontaan antwoord op dat, wat zopas het hart beroerd had. Vervolgens zette men zich opnieuw neer en las verder, tot de ziel opnieuw beroerd werd, enz.

Het ging niet om het nadenken over interessante plaatsen, maar om het zich laten aanspreken en het biddend antwoorden. Vaak wordt de lezer juist beroerd door deze woorden of zinnen, die zijn huidige situatie betreffen, door wat hij juist voordien beleefd heeft, wat hem rechtstreeks te wachten staat of hem gevoelsmatig bijzonder bezighoudt. De Schrift als spiegel, dus.

De lezer mag niet in nadenken of piekeren vervallen, maar hij moet datgene wat in zijn ziel opstijgt voor God blootleggen. Zodra hij in het gebed alles heeft uitgesproken, moet hij dadelijk weer verder lezen…. Men moet niet te lang aan één stuk bidden of lezen. Beter dikwijls maar kort.

(Fidelis Ruppert – Anselm Grün, Bid en werk voor de Heer in ware broederliefde, Monastieke Cahiers 33, Abdij Bethlehem Bonheiden, 1986, 67-69)

medium_200px-Lectio_Divina__svg
De kartuizers hebben deze lectio divina op hun eigen wijze ontwikkeld. Een opvolger van de stichter Bruno, Guigo II (12e eeuw),  schreef in zijn scala claustralium (ladder der monniken) een viervoudige weg voor : lectio – meditatio (waaronder de ruminatio of het herkauwen) – oratio – contemplatio. Deze laatste stap zal weliswaar voor niet velen weggelegd zijn. Het geheel verloopt in een afdalende en terug opgaande beweging. Een volgende kartuizer, Guigo du Pont, legde voor de lectio de nadruk op de kunst van het luisteren, die vooral een kunst van het zwijgen is.

(Tim Peeters, Gods eenzame zwijgers, De spirituele weg van de kartuizers, Carmelitana 2007, 166- 172)

 Lees verder

Bianchi Enzo ‘GOD ontmoeten in zijn WOORD’ Abdij Bethlehem Bonheiden, 1991 (dit boek bevat ook de brief van de kartuizer Guigo II over het contemplatieve leven en de lectio divina)

Bianchi Enzo ‘Prier la Parole, Une introduction à la lectio divina’ Bellefontaine 1996 (met o.a. de brief van de kartuizer Guigo II)

Bianchi Enzo ‘Écouter la Parole, Les enjeux de la lectio divina’ Lessius 2006

Cassingena-Trévedy François ‘Quand la parole prend feu, Propos sur la lectio divina’ Bellefontaine 2007

Earle Mary C. ‘Ziek lichaam, genezende geest, Lectio divina en leven met ziekte’  Carmelitana 2003

La Vie Spirituelle (sept. 2001) met bijdragen over o.a. Cassianus, de woestijnvaders, de ervaring van A. Louf, Cerf 2001

Vlaams Bijbelgenootschap, Evangelielezingen voor de zondagsviering (B-C jaar) volgens de Lectio Divina, Vlaams Bijbelgenootschap 2008-2010)

Collection Écritures, Lire et prier les Écritures, La tradition monastique de la lectio divina, Lumen Vitae 2010