Abba Poimên

Abt of abba Poimên (340-450) was een milde, wijze Koptische woestijnvader die in Egypte leefde. Poimèn (Gr.) betekent ‘herder’, en daarom kan hij ook voor meerdere monniken gelden of een schuilnaam zijn. Toch doet de eenheid van het gedachtegoed van zijn uitspraken vermoeden dat het om één abba ging. Zijn gestalte zien we oplichten binnen de verschillende reeksen van Vaderspreuken of zgn. apofthegmata. Dit zijn uitspraken op verzoek van iemand die aan de abba of woestijnvader vraagt: ‘Vader, zeg mij …’, en dan spreekt de abba ‘een woord’ waarmee de leerling of de bezoeker op weg kan gaan.  We willen terug naar dit hele begin, arm en eenvoudig.

Abt Poimên, wiens spreuken als een hoogtepunt van de Vaderspreuken worden beschouwd, was op zijn beurt een dankbare erfgenaam van de grote stichters van het woestijnmonnikendom: Antonius, Makarius, Ammonas, Evagrius… In de woestijnen van de Skêtis en andere werd toen in alle nederigheid een nieuwe menselijkheid geboren. Die nederigheid en wijsheid blijkt bv uit deze spreuken van abt Poimên:

  • Als je niet kan zwijgen, praat dan over vaderspreuken en niet over de Schrift, want dit laatste is riskant”.
    Benedictus zal in zijn Regel verder gaan: Aan volmaakte leerlingen zal maar zelden verlof gegeven worden voor een gesprek, zelfs als het goede, heilige en vruchtbare gesprekken betreft (RB, 6)
  • Als iemand gezondigd heeft, maar volhoudt dat hij het niet deed, stuur hem dan geen verwijten toe, want zo ondermijn je zijn ijver. Maar als je hem zegt: ‘Verlies de moed niet, broeder, maar wees in ’t vervolg waakzaam’, dan wek je zijn ziel op tot boete”.
    Benedictus zal dezelfde wijsheid aanprijzen: Als iemand een verborgen zonde begaat, moet hij dit aan de abt of een geestelijke vader blootleggen, en deze ‘weet hoe hij zijn eigen en andermans wonden moet genezen zonder ze open te leggen en bekend te maken’ (RB 46)

De spreuken of apofthegmata van abt Poimên werden door andere monniken in hun geheugen opgeslagen, verzameld tot een mondelinge collectie, en in de periode 475-525 werden de eerste vertalingen (van het Koptisch in het Grieks) opgeschreven. Ze kenden een enorme populariteit en verspreiding in vele talen. Er ontstonden verschillende verzamelingen, alfabetische en systematische; de eerste gedrukte uitgave dateert van midden 17e eeuw.

De Egyptische woestijnvaders zoals abba Poimên hadden een enorme invloed op het westers monachisme, maar Cassianus (en na hem Benedictus) is daarbij toch voorstander van een zekere tempering: “Wanneer men wat redelijkerwijze mogelijk is, volbrengt, ligt in de vervulling ervan dezelfde volmaaktheid, ook al presteert men niet evenveel.” Het weze een troost en bemoediging !

Abt Poimên wordt als Poimên de Grote in de orthodoxe kerk gevierd op 27 augustus.

Lees verder :

Pinnoy M. , Monnik in de woestijn – Woorden van abba Poimên, Meinema-Averbode 2008.

Standaert B. ,De wijsheid van abt Poimên, Heiliging 1979-1